Swing Score
Driving Range kent elke swing een totale Swing Score toe van 1 tot 100. De score combineert maximaal acht componentmetrieken. Elke component wordt op een eigen schaal beoordeeld en vervolgens samengevoegd met de onderstaande wegingen.
Ontbrekende componenten
Als je horloge een metriek niet kan leveren (bijvoorbeeld door sensor- of samplingbeperkingen), wordt die component weggelaten uit de berekening. Het gewicht wordt proportioneel herverdeeld over de resterende componenten, zodat de totale score altijd 100% van het beschikbare meetbare weerspiegelt.
Ruimhartige scoring
Het scoremodel gebruikt brede “goed genoeg”-zones zodat je volledige of bijna volledige punten op een component kunt behalen zonder perfectie na te jagen. Het doel is praktische feedback tijdens de training, niet het afstraffen van kleine afwijkingen.
Scoreniveaus
Benoemde niveaus groeperen de totale score van 1–100. Elk niveau vat samen wat de gecombineerde metrieken je vertellen.
85–100. Alle gemeten componenten zijn in uitstekende vorm voor deze swing.
70–84. Sterke swing met slechts kleine onvolkomenheden.
55–69. Enige haast of matige schokkerigheid; ruimte om timing en beweging te verbeteren.
40–54. Meerdere gebieden vragen aandacht voordat de swing herhaalbaar aanvoelt.
1–39. Concentreer je op de basis en eenvoudigere, beheerste bewegingen.
Hoe de score te gebruiken
- Volg een gemiddelde over 10 of meer swings in een sessie. Enkele swings variëren; trends zeggen meer dan één uitschieter.
- Let op dalingen naarmate een sessie vordert. Dalende scores kunnen samenvallen met vermoeidheid of concentratieverlies.
- Vind je zwakste component in de uitsplitsing. De laagst scorende metriek verbeteren levert vaak de snelste stijging van de totaalscore op.
- Consistentie telt. Gelijkmatige scores over veel swings duiden meestal op een betrouwbaardere beweging dan één toevallig hoog getal.